6 augustus 2025

Een tuin zonder vogels voelt leeg aan. Het getjilp van mezen, het gefluit van een merel en het getik van een specht op een boomstam brengen een tuin tot leven. Volgens Vogelbescherming Nederland leven er meer dan driehonderd vogelsoorten in Nederland, waarvan er tientallen regelmatig in tuinen en op balkons te vinden zijn. Met de juiste inrichting en wat geduld kunnen tuineigenaren veel van deze soorten naar hun tuin lokken.

Het aantrekken van tuinvogels is niet ingewikkeld, maar vraagt wel een bewuste aanpak. Vogels hebben drie basale behoeften: voedsel, water en beschutting. Wie aan deze drie voorwaarden voldoet, zal merken dat de tuin al snel drukker wordt bezocht.

Voedsel per seizoen

Elke periode van het jaar vraagt om een ander type voedsel. In de winter is de behoefte aan calorierijk voer het grootst. Vetbollen, pinda's en zonnebloempitten zijn dan populaire keuzes. Leg het voer op een voederplank of hang het op aan een tak of speciale houder. Zorg ervoor dat de plek beschut is tegen regen en wind, maar wel goed zichtbaar zodat de vogels gevaar kunnen zien aankomen.

In de lente en zomer is het aanbieden van natuurlijk voedsel het meest waardevol. Plant inheemse struiken en bomen die bessen en zaden produceren. Meidoorn, vlier, lijsterbes en wilde roos zijn stuk voor stuk soorten die veel vogelsoorten aantrekken. Een kruidentuin met bloeiende planten trekt bovendien insecten aan, die op hun beurt weer voedsel vormen voor insectenetende vogels.

Water als magneet

Een eenvoudig waterbakje kan het verschil maken. Vogels hebben dagelijks vers water nodig om te drinken en te baden. Een ondiepe schaal met schoon water, geplaatst op een open plek in de tuin, is al voldoende. Ververs het water regelmatig, zeker in de zomer wanneer het snel kan vervuilen.

In de winter kan het water bevriezen. Plaats dan een klein drijvend voorwerp in de schaal om het dichtvriezen te vertragen, of vervang het water een paar keer per dag door lauw water. Gebruik nooit antivriesmiddel: dit is giftig voor vogels.

Nestgelegenheid creeren

Vogels zoeken beschutte plekken om te nestelen. Een nestkast is een voor de hand liggende oplossing, maar niet de enige. Producten zoals de Vogelboomhut combineren een nestkast met een voederplank en ruimte voor een pindaslinger, waardoor vogels in elk seizoen iets terugvinden. Dichte hagen, klimplanten tegen een muur en stapels takken in een hoek van de tuin bieden eveneens nestgelegenheid. De hoogte en de opening van een nestkast bepalen welke soorten er gebruik van maken. Een opening van 28 millimeter is geschikt voor pimpelmezen, terwijl koolmezen een opening van 32 millimeter nodig hebben.

Hang nestkasten bij voorkeur op het noorden of noordoosten, zodat de opening beschut is tegen regen en felle zon. Maak de kasten aan het einde van het broedseizoen schoon om parasieten te verwijderen en de kast klaar te maken voor het volgende jaar.

Beschutting en veiligheid

Vogels voelen zich het meest op hun gemak in een gevarieerde tuin. Een combinatie van bomen, struiken, grassen en open ruimtes biedt zowel schuilplekken als overzicht. Vermijd het gebruik van bestrijdingsmiddelen: deze doden niet alleen ongewenste insecten, maar ook het voedsel van veel vogelsoorten.

Katten zijn de grootste bedreiging voor tuinvogels. Wie katten in de buurt heeft, kan voederstations en nestkasten op plekken plaatsen die voor katten moeilijk bereikbaar zijn. Een gladde paal of een kattenschrik rondom de voederplek kan al veel verschil maken.

Geduld wordt beloond

Het kan enige tijd duren voordat vogels een nieuwe tuin of voederplek ontdekken. Geef niet op als er in de eerste weken weinig bezoekers komen. Zodra een paar vogels de plek kennen, verspreid het nieuws zich vanzelf via het vogelnetwerk in de buurt. Voor wie het leuk vindt om bij te houden welke soorten er in de tuin komen, organiseert de Vogelbescherming elk jaar in januari de Nationale Tuinvogeltelling. Een mooie gelegenheid om eens goed te observeren welke gasten de tuin bezoeken.

← Terug naar nieuws